Laat het eerst duidelijk zijn wat ook alweer de 4 domeinen zijn in muziek:
1. Musiceren: zingen en spelen
2. Vormgeven: improviseren en componeren
3. Presenteren
4. Beluisteren
Ik merk, als ik de Credo's van b.v. José en Kenza lees, dat vooral punt 1 (musiceren) beschreven wordt. Soms zelfs in 3 punten. Dit was ook duidelijk te horen in de les. 'Het gaat om het resultaat'
Natuurlijk is dit belangrijk en moet hier heel veel aandacht aan besteed worden. De leerlingen komen soms/vaak zonder enige ervaring binnen. Ik ben al blij als er 2 of 3 leerlingen in de les een instrument goed kunnen bespelen, en dan maar hopen dat de rest ooit wel eens een piano of gitaar heeft durven aanraken.
Het zingen is een heel ander verhaal dan het spelen, ik heb tijdens mijn vorige stage ervaren dat het met een onderbouw klas echt wel lastig is om gewoon even leuk een liedje te gaan zingen. Misschien komt dit ook wel door het feit dat de leraar nooit met ze zong. 'ik ben geen zanger', legde hij uit..
Wel nu. Misschien wel handig om mijn punten er bij te halen:
1. De leerling is podiumvaardig / bewust van eigen kunnen
Ik heb hierboven al een beetje duidelijk gemaakt dat ik heb gemerkt dat het voor deze doelgroep moeilijk is om zichzelf muzikaal te presenteren. Dit komt denk ik doordat velen hier geen ervaring in hebben opgedaan of onzeker zijn.
Dit is niet alleen terug te zien in muzieklessen maar ook bij b.v. een presentatie van een werkstuk bij andere vakken. Daarom denk ik dat de muziekles uiterst geschikt is om hier aandacht aan te besteden. Niet door het elke les te behandelen, maar door de leerlingen de zogeheten 'succes momenten' te bieden. Daarnaast is het belangrijk om zoals Suzan al eens zei, genoeg op de emotionele bankrekening te storten.
Hierdoor krijgt de leerling meer zekerheid en enthousiasme wat zich kan uiten in meer motivatie en inzet.
2. Brede stijlkennis / Kan klinkende muziek onder woorden brengen.
Het is naar mijn mening heel belangrijk dat de leerling weet wat hij hoort en het onder woorden kan brengen. Niet alleen wat voor stijl het is, maar ook wat speelt er? En wat is de functie van dit instrument? Ik vind dit altijd een mooie aanzet tot het spelen van deze instrumenten. Juist nadat we ernaar geluisterd hebben en de functies hebben besproken. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om te musiceren en luisteren tegelijkertijd.
Maar dat terzijde. Als de leerling een brede stijlkennis heeft opgedaan, kan hij zichzelf veel beter identificeren. Waar staat die groep eigenlijk voor? Wat is de geschiedenis van die stijl?
3. Eigen smaak / mogelijkheid tot componeren
Wat een mooie overgang om dan te vertellen hoe belangrijk ik de eigen smaak van de leerling vind. Want als je eenmaal weet wat voor stijlen er zijn, kan je veel beter een mening vormen. En als je eenmaal weet wat je leuk vind, is het extra leuk om zoiets zelf te gaan maken.
Ik doel dus op het zelf componeren. De leerling maakt zelf de muziek, verzint, improviseert en kan er later trots op zijn en het wellicht opgenomen meenemen. Iets wat tastbaar is en wordt onthouden dus meegenomen.
4. Ervaring in muziek spelen / zingen
Ook muziek spelen en zingen is uiteraard belangrijk en zou misschien wel op 1 moeten staan (ik heb geen volgorde aangehouden). Het is immers zo, dat zonder deze vaardigheden mijn andere punten moeilijk haalbaar zijn.
Muziek is een vak.
15 jaar geleden

Geen opmerkingen:
Een reactie posten